fbpx

Ede Staal in Limburgs en Fries

Door: Franke Koksma

In het maartnummer van T&T mocht ik schrijven over beeldspraak in tien teksten van Ede Staal; deze liedkeuze, een persoonlijke “top-tien”, is zoveel mogelijk alléén op de tekst gebaseerd en ik probeer die als gedichten te bekijken. Beeldspraak is één van de vele middelen om verschil te maken tussen “gewone” teksten en gedichten. Tijdens het lezen van Deur de dook zai ik de moan – Groninger liedteksten van Ede Staal, vroeg ik me af wat de Friese en Limburgse vertalers met deze beeldspraak, meestal personificaties, hebben gedaan. De Friese teksten kende ik al: Stiel sûnder grinzen (Staal zonder grenzen) van Sjoerd van de Leij en Joop van Dijk en na een mailtje naar Limburg ontving ik van de enthousiaste Paul van Loo zijn cd Ede Staal die hij samen met Ivo Rosbeek maakte. Ede Staal in Limburgs en Fries

Helaas zijn mijn favoriete tien niet alle èn in het Fries èn in het Limburgs vertaald maar tijdens het onderzoekje kwam ook ander interessants
naar boven, bijvoorbeeld: wat doen de vertalers met moeilijk te vertalen specifiek Groningse zaken? In enkele prachtige liederen zoals Doar bluit mien eerappellaand of Sloaperstil (die buiten mijn poëtisch tiental vielen) heb ik nu wel naar zulke vertaalmoeilijkheden gekeken.

Hai nam mie mit

In maart 1988 verscheen Hai nam mie mit – Een hommage aan de Groninger zanger, dichter Ede Staal. Het boek bevat schilderijen en tekeningen van Christof Beukema en gedichten van Peter Visser. In de inleiding, een gesprek tussen beide heren,vergelijkt Beukema Ede met Jacques Brel en zegt dat je het Frans eigenlijk niet hoeft te verstaan omdat de emotie zo goed wordt overgebracht door de muziek, de voordracht en de sfeer. Dat vond hij van Ede ook. Toen hij Ede voor het eerst hoorde, “was de tekst helemaal niet belangrijk voor mij”. Meegenomen door de stem, de muziek, de sfeer? Ja, maar hij deed ook iets met het Gronings, “wat ik nog niet eerder gehoord had”. Zouden er Limburgers of Friezen zijn die zoiets in de vertalingen hebben ervaren? Over vertalen in het algemeen en in het bijzonder van gedichten is veel geschreven. Vormkenmerken zoals klank, rijm, metrum worden heel belangrijk gevonden maar ie- dereen is het er wel over eens dat de inhoud, de essentie van een tekst zo goed mogelijk moet overkomen en dat het moeilijker is naarmate de talen en de culturen meer van elkaar verschillen.Vaak gaat de stelling op: hoe verder weg… hoe meer verschil. De vertaler zou minstens even getalenteerd moeten zijn als de schrijver en hij zou in alle opzichten thuis moeten zijn in beide (taal)culturen. Of

Van der Leij en Van Loo aan deze criteria voldoen, laat ik graag in het midden. Wat wel meteen opvalt is dat de Fries heel dicht bij het Gronings blijft en ook het “verhaal” precies volgt. De Limburger gaat creatiever met de teksten om, verandert veel en voegt soms zelfs een coupletje toe!

1. t Hogelaand

In de Friese tekst wordt t Hogelaand helemaal “naar Friesland hertaald”: Oethoezen en Spiek worden Hegebeintum en Ternaard, Leens en Kloosterburen veranderen in Nes en Peasens, net aan de andere kant van het Lauwersmeer. Sjoerd van der Leij volgt Ede op de voet, molens, maren, kerken, borgen … de zorgen worden swiere tinzen (sombere gedachten) en dat rijmt prachtig op stinzen (borgen). Tarwe, haver en koolzaad groeit ook in Friesland en Ranum wordt Brantgum.n Kou houst doeknekt in t grunlaand verandert moeiteloos in ‘n Ko baltet bûgjend yn ‘t grienlân en krijgt dan ook

nog een mooie alliteratie mee! Inderdaad,“Een koe hoest met ingetrokken kop” is wel wat anders dan“Een koe loeit buigend”maar vindt maar eens een alternatief voor “doeknekt”! De personificatie van de nacht die de twee verliefden toedekt, wordt letterlijk vertaald. Maar heel mooi is wel dat t Hogelaand (in de tekst) bij Van der Leij myn heitelân wordt. It heitelân is de titel van “het tweede volkslied” van Friesland. Dat zal de reden zijn dat Van der Leij voor dit lied niet als titel koos voor ‘t Heitelân maar voor: Dat is myn lân.

Paul van Loo heeft gekozen voor Limburgs land en hij noemt geen enkele plaats. Wèl heuvels, slingerende weggetjes langs torens, kerken en molens. De duiventil, de dorpsstraat met de bakkerij zijn er ook, maar de avond en de nacht ontbreken … het is een lentemorgen: ‘t is inne sjoëne lentemurge, d’r voëgel zingt zieng melodie / En ich loop volmaakt gelukkig mit dich hie aan mieng zie. De personificatie is dus verdwenen en ook die specifieke spanning door Ik heb veur de eerste moal verkeren en vuil de vonken van dien haand. De wilde plannen die ik haar maakt Van Loo concreter met Ich wool de ganse welt nog zië. Weer een lief lied in dat zachte Limburgs!


t Is de lucht achter Oethoezen… Oet: ‘Hai nam mie mit. Een hommage aan de Groninger zanger, dichter Ede Staal. Schilderijen en tekeningen Christoph Beukema; Gedichten Peter Visser’.

2. Credo – Mien bestoan

Ook Credo is door Van der Leij heel precies vertaald.Ik denk mien leven in n vogelvlucht …in hetNederlandszoudenwezeggen“overdenk”. In het Fries wordt het Ik sjoch myn libben dat troch myn tinzen fljocht (Ik zie mijn leven dat door mijn gedachten vliegt). Er is hier echter wel een afwijking: Ede zingt: din proat ik tegen de moan en Sjoerd maakt daarvan: Dan lit ik mij ris gean (dan laat ik mij eens gaan) en daarmee verdwijnt de personificatie ook.Maan is moanne; lastig mee te rijmen?

Paul van Loo is in dit lied heel precies en hij behoudt dus ook de beeldspraak: Dan zeeng ich

mit de vuegel mit / En ich lach teëge de moan.

Lachen is eigenlijk leuker dan praten en dat past ook prima bij ‘t korte geluksgevoel dat even bezongen wordt.


‘Credo – mien bestoan’. Oet: ‘Hai nam mie mit. Een hommage aan de Groninger zanger, dichter Ede Staal. Schilderijen en tekeningen Christoph Beukema; Gedichten Peter Visser’.

3. De hoaven van Delfziel

“Delfziel” wordt door beide zangers niet vertaald. Wel zijn er een Brabantse en een Vlaamse bewerking; zie voor alle versies, uitvoeringen, bewerkingen èn voor extra informatie over de 34 liederen: Tied vlugt veurbie van Siemon Reker.

4. Nij-Stoatenziel

Ook Nij-Stoatenziel staat niet op “Stiel” en evenmin op de Limburgse cd. Jammer maar begrijpelijk. Zouden er in Limburg en Friesland geen plekjes te vinden zijn waar zo’n bijzondere gemoedstoestand kan ontstaan? Tja, maar zó’n plek aan de Waddenzee, met zó’n unieke naam … Ede zingt die naam liefst twaalf maal! Toch té Gronings?

5. As vaaier woorden

In de Friese vertaling is aal meeuwen slechts de kobben geworden. Maar een kobbe is ook een unwaersfûgel. Dat is dus “een extraatje” in relatie tot de tongerkoppen (donderkoppen) die het onweer aankondigen. Desondanks vertelt de zin En tongerkoppen net mear bestean. zomaar dat de donderkoppen niet meer bestaan … is bedraigen opgevat als bedreigen in plaats van bedriegen? (en dunderkoppen mie nait bedraigen) Met deze vertaalfout is dus ook de -niet zo bijzondere- personificatie verdwenen.

Op de cd van Paul van Loo ontbreekt As vaaier woorden, maar hij heeft het wel vertaald, gezongen en mij op een apart cd-tje doen toekomen: Es leefdeswüed (Als liefdeswoorden). De essentie van het nos- talgische lied komt heel goed over. De don- derkoppen blijven maar de meeuwen zijn buizerds geworden.

Zijn versie begint met de Engelse tekst, dan volgt vrij letterlijk het bekende vers … daarna komt een geheel eigen couplet over twee mensen voor wie het gebeurd is met de liefde: ik hou van jou / dat zeg je nooit meer / de passie is over / voor ons twee. Liefdevol gezongen maar de pijn is weg.

6. Zalstoe altied bie mie blieven

Zalste ummer bie mich blieve, zingt Paul. Ons lutje wicht wordt sjat van mich en naast de vermoeide zon van Ede wordt ook de maan gepersonifieerd: niet “de ik” ziet hem, maar de maan kijkt zelf door het open raam naar binnen. Het refrein verandert het lied echter rigoureus. Veul te voak nuchter, / veul te voak zat. / Mor t leven gaait deur, / en wotter blift nat wordt in het Limburgs: Ich zegk noe ummer, mè och dat is lang / Ich twiefel aa mich zelf en dan weëd ik bang. Ook al is het nogal expliciet, in verkorte versie: altijd is lang / ik twijfel, ben bang … past het heel goed bij Edes lied. Trouwens, de beeldspraak wotter blift nat, is dus ook verdwenen. Het is een harde, weinig poëtische, wel veelzeggende uitdrukking. Op “Stiel” staat het niet.

7. De Nacht

Ook De Nacht is er helaas niet in het Fries maar Paul Van Loon zingt het wel en hij heeft de mooiste zin met de personificatie meteen maar als titel gekozen: De nacht die is noëts iërlik. De beeldspraak guster is al vlucht is verdwenen en veranderd in Ich sjlaak inne deepe zucht. Juist die machteloosheid over dat wat geweest is, over “gisteren”, en de extra connotaties bij vlucht mis je daardoor. Paul heeft af en toe de neiging iets uit te leggen: ik heur dat ik niks heur wordt ich huer nieks durch mieng zurg. Ook de beeldspraak van het “kruipend eerste licht” is weg; in Limburg “komt” gewoon een streepje licht langs het gordijn. Maar, het refrein is bijna woordelijk gevolgd.

Paul verandert in het tweede couplet Kamperen of creperen,/ zo wor je langzoam old in Zoë jonk wie ich mich veulde / Noe veul ich mich zoë oud. Even daarvoor is Wie lagen doar in ons tentje dus ook al verdwenen. Zo’n herkenbare herinnering en voor velen zo avontuurlijk; ook jammer. Anderzijds is Kamperen of creperen een wat ongemakkelijk regeltje in dit prachtige lied. De klok die een barst “luidt” (sjleet) in het matglas van mijn denken blijft staan maar de thee wordt koffie en k Hol theepot sikkom op de kop wordt met “wezenloos” uitgelegd. Toch komt de essentie van dit lied ook in het Limburgs even krachtig binnen.


Zalstoe aaltied bie mie blieven, Lutje wicht… Oet: ‘Hai nam mie mit. Een hommage aan de Groninger zanger, dichter Ede Staal. Schilderijen en tekeningen Christoph Beukema; Gedichten Peter Visser’.

8. Koekoek

Koekoek ontbreekt op de Limburgse cd maar dit lied wordt wel gezongen door Paul. Bij de zelfgemaakte cd-tjes zijn geen gedrukte teksten; eruit citeren is dus wat riskant maar ze zijn natuurlijk wel te volgen. Het is avond en de zon is moe …het openingsbeeld blijft behouden en de diepe ervaring van de jongen die mijmert aan de slootkant is mooi weergegeven. Hij hoort heel in de verte een koekoek en uit een vlierbosje, pàl naast hem, komt het antwoord. Daarna verandert Van Loo het lied: het is een halve eeuw later en samen met zijn geliefde bezoekt “de ik” dezelfde plek. Hand in hand wandelen ze naar huis, het is volle maan; het wordt een mooie nacht. Tja, een happy end, heel fijn natuurlijk, maar daarmee “verdwijnt” wel de maker van dit lied.

De sinne stie leech. De dei wie wurch… (De zon stond laag. De dag was moe.). Ja, hoe gewoon deze beeldspraak misschien ook is, hoeveel méér zeg je daarmee dan met“Het was al laat”of “Het begon te schemeren”.Van der Leij neemt in dit lied op een mooie wijze wel wat meer vrijheid: Ik zat doar allinneg / mor k was nait allain wordt De sleat wie myn spegel, / dat ‘k wie net allinne. De “bijna onechtheid” van de koekoek in de verte vertaalt Sjoerd met een prachtig woord: Oft ‘t sabeare wie? “Sabeare”, nagebootst, niet echt. Het werkwoord “beare” is doen alsof. Weilanden, sloten, vlierbosjes, het natte gras en de klompen … het kon ook een oorspronkelijk Fries liedje zijn. De ontroerende laatste twee regels van de Groningse tekst zijn met enige vrijheid mooi vertaald: Sjoch dit mar as ’n needsprong, dat ’k sjong en hjir stean … (Zie dit maar als een noodsprong, dat ik hier sta te zingen) maar het komt eerder in het lied en niet meer aan het slot … vreemd.

9. Mien lutje laiverd

Op de Limburgse cd komt Mien lutje laiverd niet voor maar wel op een apart schijfje. De maan verliest zijn menselijke eigenschappen … hij laat in het origineel immers lachend merken dat hij graag meegaat naar “lutje laiverd”. De communicatie zonder woorden blijft gehandhaafd evenals de angst voor de lange, koude, donkere nacht, ondanks de vrolijke muziek. Tegen het slot van het lied roept opeens een Groninger “kom ons nait aan ons lutje laiverd” en hij voegt eraan toe dat Limburgers haar absoluut niet “sjatje” mogen noemen. De protesterende man eindigt met: “Aander lu bin ook lu, mor dit ken echt nait!” Een mailtje naar Paul met de vraag wie dat mag zijn wordt snel beantwoord:

“Dat is Henk Scholte. Toen we in 2003 onze cd Ede Staal maakten zijn we door hem ge- interviewd voor Radio Noord. Sindsdien hebben we contact gehouden. Bij het opnemen van dit nummer heeft Ivo Henk gewoon gebeld en Henks antwoord in het lied gemixt.”’Mien lutje laiverd staat helaas niet op Stiel.

10. As t boeten störmt

En in de verte heur k n train …dit is een wat vreemde zin want als het zo stormt dan zou die trein toch bijna naast het wc-raampje moeten voorbijrazen. Misschien was dat voor Van Loo een reden dit zinnetje te vervangen door alleen nog mien herinnering? Ook voor dit lied vindt Paul het nodig het “verhaal” een minder“unhappy end”mee te geven: de storm gaat liggen en “de ik” vindt dat hij zijn leven weer moet oppakken en niet al te nostalgisch moet worden … hij heeft immers zulke mooie herinneringen! Daarmee verdwijnt de essentie

van deze weemoedige lyriek.
De Friese tekst volgt “Ede” op de voet. Een weliswaar mooi zinnetje ‘t Is bûten rûch fan wyn en rein verliest het persoonlijke: t Is boeten roeg, / ik bin allain. Wel komt de eenzaamheid nog terug in allinnich / allinneg.

Enkele andere teksten

Er is natuurlijk veel meer te vertellen, ook over de andere teksten,bijvoorbeeld Doar bluit mien eerappellaand. Prachtig, al die termen uit de agrarische wereld van de ontginningen in deze drie talen naast elkaar te zien staan evenals woorden waarmee het zware werk wordt getypeerd: kraben en knooien wordt skreppen en wraks’ljen of hiël hèl sjoefte. Groningen krijgt een stukje Drenthe erbij, Friesland wordt wat ruimer met ‘t rom noarderlân (‘t ruime noorderland) en Paul geeft het lied een nieuwe titel Ode aan de Peel, en breidt Limburg daarmee uit met een stukje Brabant. In Sa moat we ‘t hâlde, (Zo moutve t holden) hoor je in het refrein de stem van een jongen

die de baard nog niet in de keel heeft, het is Marius van der Leij, een zoon van Sjoerd, rond 18 jaar geleden. In Leens, tijdens het Ede Staal Festival op 21 september 2019, trad The Given Horse op, naast vele andere groepen. Eén van de bandleden is Marius die dus in Leens bij de muziektempel “Ede zingt”. Daar maakte Ede in de jaren vijftig zelf ook muziek! Sloaperstil, Siemon Reker noemt het “een heuse jingle”voor“het rustige zondagochtend- programma” van Radio Noord.

Een ongelooflijk mooi liedje, Grónings van inhoud en vorm … Sjloap mar sjtil heet het in ‘t Limburgs, en Paul zingt heel zacht dat zijn geliefde deze zondagmorgen lekker mag blijven liggen; zij hoeft nergens voor te zorgen, het ontbijt staat al klaar.Weer een lief liedje en hij legt na afloop uit dat de originele versie een heel andere inhoud heeft. Een mooi voorbeeld van de onmogelijkheid van een letterlijke (Limburgse) vertaling. Vrouger is heel Gronings, vooral door de aardrijkskundige namen. Beide zangers/

vertalers slagen er in het heel Fries en heel Limburgs te maken: De Selvera’s zijn in Lang lyn: De Sambrinco’s en in Vreuger: Lenie und Ludwig. Ik zulf kom oet Lains, … Ik sels kom fan Grou … Ichzelf ben va Heële. Natuurlijk besef je ook in Friesland en in Limburg láter pas hoe gelukkig je jeugd was. De ranja smaakte toen daar ook net zo lekker als nu jus d’orange. Een relatief eenvoudig te vertalen lied? Een Limburgse krant ontbreekt echter; t Nijsblad van het Noorden en De Ljouwerter Krante krijgen geen Limburgs “toiletpapier”.


Vrouger, vrouger, wat gaait de tied toch vlug… Oet: ‘Hai nam mie mit. Een hommage aan de Groninger zanger, dichter Ede Staal. Schilderijen en tekeningen Christoph Beukema; Gedichten Peter Visser’.

Conclusie

Siemon Reker noemt de liederen van Ede “lyrics”; het hoofdstuk met de 34 liedteksten in Tied vlugt veurbie heet Ede Staal: The Lyrics. De betekenis van“lyriek”is met een ouderwets woord goed getypeerd: ”gemoedsuitstorting”. Met een lier erbij werd dat extra stemmig. “Lyric” is dus wat meer dan “lied” of “liedje”. Zijn we niet tevreden met “liederen” of “liedteksten” omdat het draait om teksten die gaan over onze gevoelens … bang, boos, blij en bedroefd en alles wat doar tussen ligt? Maar veel van de The lyrics zijn anekdotisch, grappig of taalbeschouwend en daarin is meestal weinig sprake van “gemoedsuitstorting”.

De gevoelens in de tien mijns inziens “meest lyrische lyrics” over liefde -nooit over haat- , angst en geborgenheid, duisternis en licht, eenzaamheid en“samen gelukkig zijn”,worden vaak met behulp van beelden ondersteund weergegeven, wat het poëtisch karakter ver- sterkt. Van deze tien zijn er vijf in het Fries en acht in het Limburgs vertaald. De Friese teksten volgen de Groningse meestal op de voet maar de personificaties erin slechts in twee gevallen. De Limburger gaat creatiever met de teksten om en toch komt deze beeldspraak in vijf “lyrics” terug. Deze teksten missen dus dat aspect van het poëtisch karakter niet maar ze worden meestal vergezeld van een liefdevolle zachtheid. Dat is mooi maar ze staan daardoor vaak verder af van Edes lyriek. Paul noemt zijn vertalingen dan ook consequent HERtalingen. Hoe verder weg, hoe meer verschil? Daarmee

ben ik ook weer terug bij de vraag naar de criteria waaraan vertalingen zouden moeten voldoen. Hierboven liet ik graag in het midden of Sjoerd van der Leij en Paul van Loo eraan zouden voldoen.Vooral dat de vertaler in beide (taal)culturen helemaal thuis zou moeten zijn, bracht me naar de gedachte dat iemand die iets over de vertalingen zegt eigenlijk óók aan dat criterium zou moeten voldoen. Ik voldoe daaraan niet.Wèl heb ik enorm van de vergelijking genoten; waarderen en genieten van de liederen van Ede staat ook voor Friezen en Limburgers voorop, dáár gaat het immers allemaal om, herkenning, meevoelen met wat bezongen wordt en dan geldt ook het tegenovergestelde : hoe dichterbij, hoe minder verschil.Beide vertalers brengen de teksten van Ede dicht bij “hun eigen mensen” … hoeveel Friezen en Limburgers zouden anders, door E d e “ m e e g e n o m e n ”, z ó v a n E d e h e b b e n k u n n e n genieten?

Franke Koksma, Leens, juni 2020

Bronnen

Sjoerd van der Leij en Joop van Dijk, Stiel sûnder grinzen,EdeStaalyn‘eFrysketaal,MaristaIngelum, 2002.
1. ‘t Twadde perron 2. Dat is myn lân 3. It hat noch nea sa tjuster west 4. Jou mij dyn blues 5. ‘t Sil wer maitiid wurde 6. Myn Bestean 7. As ‘t bûten stoarmet 8. Der is mear op ‘e wrâld 9. Bin de weagen oerstjoer 10. Wat makket it út 11. Sa moat we ‘t hâlde 12. Lang lyn 13. Koekoek 14. Myn ierappellân 15. As fjouwer wurden

Paul van Loo & Ivo Rosbeek, Ede Staal, Marista, 2003.
1. Limburgs land 2. ‘t Zal wer vuurjoar weëde 3. ‘t Is nog noëts zoë donker geweës 4.’t Twiëde perron 5. Credo 6. Wat makt ‘t oet? 7. Vreuger 8. Ode aan De Peel 9. Zalste ummer bie mich blieve? 10. De nacht die is noëts iërlik

Beukema, Christof, Hai nam mie mit – Een hommage aan de Groninger zanger, dichter Ede Staal,Schilderijen en tekeningen Christof Beukema, Gedichten Peter Visser, Profiel, Bedum, 1988. Siemon Reker, Ede Staal, Tied vlugt veurbie, Het complete Groningse werk, In Boekvorm Uitgevers, Assen, 2019-2.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to top